Grimseltor. Het klinkt als een eng insect, maar dat is het niet. Vertaald betekent het de ‘poort naar de Grimselpass’. Daar krijg ik ook toch wel beelden bij van een grote stadspoort ofzo. Niets is minder waar.


Grimseltor is niet meer dan een kruispunt bij het busstation in het dorpje Innertkirchen. Hier komen de twee paswegen van de Grimsel en de Susten samen. Alle postbussen stoppen hier en daarom is er bij het busstation een foeilelijk detonerend gebouw neergezet waarin ondermeer de VVV en een supermarkt zijn gehuisvest.

Verder bestaat het dorp uit een paar huizen én een restaurant. Want het eerste dorp zónder restaurant moet in Zwitserland nog gebouwd worden! Volgens mij zijn ze standaard begonnen met het bouwen van een restaurant en hebben ze de rest van het dorp er omheen gepland. Vaak zie je nog wel eenzaam restaurant langs de weg. Dan vonden ze het kennelijk niet de moeite waard om er een dorp omheen te bouwen. Gelukkig is er dan wel altijd een bushalte aangelegd!


Terug naar Grimseltor. Want met één van de ‘bushaltes’ is iets vreemds aan de hand. Daar liggen namelijk rails naast. Het blijken de rails van het 4,99 kilometer lange spoorlijntje van de Meiringen Innertkirchen Bahn. Het zou me niks verbazen als dit het kortste privéspoorlijntje is van Zwitserland.


De trein – een uit de kluiten gewassen autobus – komt aanrijden en brengt ons in een halve minuut naar station Innertkirchen MIB (zeg maar het ‘Hauptbahnhof’ van Innertkirchen). Hier wisselt de machinist van cabine en rijdt in nog geen tien minuten – via Grimseltor – terug naar beginpunt Meiringen. Machinisten klagen in Nederland weleens over een rondje om de kerk, maar je zult op dit stukje spoor de rest van je werkzame leven moeten slijten…


Langs deze lijn ligt het meest krankzinnige station dat ik ooit heb gezien: station Aareschlucht Ost. Dit station ligt midden in de tunnel. Het is niet meer dan een soort ‘liftdeur’ in de berg.

(Bron afbeelding: http://www.bahnbilder.de)

Reizigers die mee willen, drukken op de knop richting Meiringen of Innerkirchen. De trein stopt met z’n deur precies voor de ‘liftdeur’, waarna de reizigers kunnen in- of uitstappen. Geen perron, niks. Een deur in de berg, dat is het hele station!


En een kaartje kopen dan? Dat kan in de automaat in de trein. Dat werkt vooral heel leuk als een groep van een stuk of tien wandelaars instapt en allemaal een kaartje willen kopen, terwijl ze er bij het volgende station Aareschlucht West (als er een Ost is, is er uiteraard ook een West) alweer uit moet, een ritje van nog geen twee minuten. Het meerendeel van de reizigers stapt dan ook zonder te betalen weer uit.

Hoe deze spoorwegmaatschappij met slechts dit ene lijntje zelfstandig en rendabel kan blijven, is een raadsel. Maar ze doen het al 90 jaar. En ik ben er blij mee. Want ik kan weer een Zwitsers spoorlijntje van mijn lijstje afstrepen. Het zijn juist dit soort vergeten pareltjes die Zwitserland tot zo’n geweldig (spoor)land maken!